Van aronskelk tot wilde hyacint

De dag ervoor lag er nog een laag sneeuw, op de dag van de excursie was het droog en zonnig, maar koud! Daardoor toonden niet alle stinzenplanten hun zonnige gezichtjes. Vooral de bosanemoontjes hielden hun blaadjes dichtgevouwen. Toch was er meer dan genoeg te zien, soms alleen nog blad en knoppen maar ook veel bloemen van onder andere narcis, sneeuwroem en speenkruid. In de Leidse Hout zagen we opvallend veel aronskelk en daslook, bij Kasteel Oud Poelgeest een andere variant daslook, voorjaarshelmbloem en het zeldzame muskuskruid. In het Heempark werden we getrakteerd op veldjes vol sleutelbloemen en kievitsbloemen. In totaal hebben we ruim 20 verschillende soorten ontdekt.
Die zouden wij zelf nooit ontdekt hebben natuurlijk! Alleen dankzij onze gids Marco Roos, die over elk plantje andere interessante feiten wist te vertellen, zagen wij al deze planten voor wat ze zijn. Moedige overlevers uit vaak zuidelijker oorden die zich hier op verschillende manieren voortplanten. De een met meer succes dan de ander. Zo zie je van de bosanemoontjes hele velden vol staan in wit, geel en blauw, en moeten andere plantjes met een vergrootglas gezocht worden. Waar we ook een vergrootglas bij nodig hadden was het zogenaamde mierenbroodje. In de zaaddoosjes van o.a. sneeuwklokjes zit behalve zaadjes een smakelijk hapje voor de mieren, dit zorgt ervoor dat de mieren de zaadjes verspreiden.